Mijn fiets
staat ergens om de hoek,
ik luid de modder aan de trappers
Kun je me er even aan
helpen herinneren
wat er vrijdag is gebeurd
Ik weet nog dat je zei dat ik geen plan had
En ik zei jongen,
ik word betaald om te beslissen
Dus ik wil niet dat je zo zeurt
En we stelden alle vragen
die je stelt als je zestien bent
Welke muziek staat er op je iPod
Zijn je ouders soms niet thuis
Maar vanaf dat je mijn naam zei
en er opeens heel serieus bij keek
Hoor ik waar eigenlijk mijn stem hoort,
alleen nog vage ruis
Ik speelde grote dingen en ik deed achttien,
jij vijfentwintig
En ik zag wel mensen kijken,
maar ik heb ze niet gehoord
Vandaag doe jij een vliegtuig
en ik doe of ik dingen weet
Ik zet strepen met rode pen,
het schijnt dat da t is hoe het hoort
Maar vrijdag bleef je kijken
en je zei je tapijt is groot genoeg
Til het op, we passen er makkelijk bij,
geen haan die naar ons kraait
En ik zei, u vraagt, wij draaien om elkaar
Om onze as en om de waarheid
die met gestrekte vinger wijst
Naar de gaten in jouw woorden
Naar de gaten in mijn buik
Naar de gaten in mijn woorden
Naar de gaten in jouw buik
Naar de gaten in mijn woorden
Naar de gaten in jouw buik
Naar de gaten in jouw buik
En ik deed of jij een snor had,
en jij trok aan mijn haar
En alles was verboden,
en toch was het niet raar
En ik deed of jij een snor had,
en jij trok aan mijn haar
Of wa t daar nog van over is,
het gaat om het gebaar